ZinenZenheadervervolg
ZinenZenknoppenrij2
ZinenZenknoppenrij2 knophomeneg ZinenZenknoppenrij2 knopartikelneg ZinenZenknoppenrij2 knoppraktijkneg ZinenZenknoppenrij2 knoplevensneg ZinenZenknoppenrij2 knopcontactneg ZinenZenknoppenrij2
Vervolgpaginasfonds
Vervolgpaginasfonds Vervolgpaginasfonds

Zin vinden?

Victor Frankl, die het concentratiekamp overleefde, betoogde dat de ‘condition humaine’ de wil tot betekenis is. Het geven van betekenis geeft ‘zin’. In die zin kan je zin niet vinden, maar gaat het om geven, zingeving. (Wat een zin overigens). Frankl onderscheidt een aantal menselijke activiteiten die betekenis kunnen brengen: liefhebben, scheppen en zin geven aan onvermijdbaar lijden.

Mijns inziens wordt de diepgang van die activiteiten mede bepaald door bewustzijn. Hoe dieper het inzicht in de relativiteit van deze wereld en zijn veelvoud der dingen (incluis het inzicht in de relativiteit van het eigen ego) hoe meer vervullend de menselijke activiteiten gericht op betekenisgeving kunnen worden.

Frankl spreekt in zijn werk over ‘de existentiële frustratie’, het wijdverbreide zingeving-gat waaraan vele mensen lijden. Een inspirerende verhandeling tref je aan in zijn boek ‘Das Leiden om sinlosen Leben’ (als titel slecht vertaald in het Nederlands als ‘heeft het leven zin?’).

Vrijwillig Coach bij jINC 'Ondernemen doe je zo!' en 'Carriere Coach'

Ieder kind heeft talent. Ook de meer dan 600.000 Nederlandse kinderen die opgroeien in een omgeving met veel werkloosheid en weinig rolmodellen. Daarom strijden we voor een maatschappij waarin je achtergrond niet je toekomst bepaalt. Een Nederland waarin íeder kind kansen krijgt.

Om dat te bereiken, helpt jINC kinderen van 8 tot 16 jaar aan een goede start op de arbeidsmarkt. Via het JINC-programma maken ze kennis met allerlei beroepen, ontdekken ze welk werk bij hun talenten past en leren ze solliciteren. Zo krijgen dankzij JINC jaarlijks meer dan 45.000 basisschool- en vmbo-leerlingen de kans om te groeien – in de regio’s Amsterdam, Brabant, Den Haag, Flevoland, Kennemerland, Leeuwarden, Rotterdam en Utrecht.

Vanaf februari 2018 vrijwillig coach 'Ondernemen doe je zo! bij JINC. Een traject gericht op VMBO leerlingen (profiel 'Ondernemen en managen') bij het leren maken van ondernemingsplannen.

Daarnaast carriere coaching van vierdejaars VMBO-ers bij het maken van vervolgstappen naar het MBO.

https://www.jinc.nl

Licht op een pad, Boeddhistisch?

https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/130680-boeddhistische-doeners-en-denkers-de-serie-5/

Smachtende zielen

https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/131019-wouter-ter-braake-smachtende-zielen/

Het pure in mijzelf – een reisverslag van Wouter ter Braake

De gedichtenbundel ‘Het pure in mijzelf’ vormt een reisverslag. Panorama foto’s en soms snelle kiekjes van een reis door een innerlijke wereld.

Niets
is blijvend.
Niets op zichzelf.
Wat blijft is volle
leegte.

‘Na afwijzing van de uiterlijke wereld waarin de pijn van een wrede jeugd zich duizendvoudig herhaalde, meldde zich de dichter in mij. Zijn stem en woorden brachten acceptatie, vergeving en meer zicht op de vraag ‘wat is de zin van hier zijn?’ De dichter wees op onbeperkte mogelijkheden, waarin zijn wijsheid voortdurend stil stond bij de schoonheid en de liefde in de verschijning ‘der duizend dingen’. Er ontstond een warme vriendschap met mijn ‘spiritus’, mijn reinigende geest (het pure in mijzelf), zo u wilt ‘de Boeddha in mij’.

Ergens vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw ontstonden deze woorden die uitdrukking geven aan een diep verlangen naar liefde en naar heelheid. Zij borrelden op als helder water in een bron temidden van struikgewas en bomen. ‘Ik was verrast en liet me verassen. De woorden druppelden, soms stroomden ze vloeiend. Steeds rangschikten zij zich in een metrum van vorm. Spontaan.

Was ik de dichter, of gaf ik ruimte aan de dichter in mij? Hoe dan ook? Gedachten, gevoelens en woorden zochten vorm en hielpen me evenwicht te vinden tussen werken en spelen, tussen mijn verantwoordelijkheid voor mezelf en anderen.’

De bloemlezing in deze bundel biedt een blik op ruim veertig jaar woordspel. De gedachten geven zicht op intuïtieve wijsheid die Ter Braake leidt op zijn weg.

De bundel is te bestellen via wouter@zinenzen.nl met vermelding ‘Het pure in mijzelf’ en naam en adres. De bijdrage in de kosten (inclusief verzendkosten van € 3,45) zijn € 12,45.Je ontvangt na ontvangst een nota.

Het pure in mijzelf. Wouter ter Braake. Omvang 69 pagina’s. Verschijningsdatum april 2019.

https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/boeddhistisch-leven/131072-het-pure-in-mijzelf-een-reisverslag-van-wouter-ter-braake/?utm_source=Ochtend-+en+avondedities+voor+het+BD&utm_campaign=ce4c4185e0-Avondeditie&utm_medium=email&utm_term=0_096a200e47-ce4c4185e0-113601601

Het verlangen naar unieke ervaringen

https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/131329-het-verlangen-naar-unieke-ervaringen/

Het boek van alles

[1] Uit de vierluik ‘Spirituele Sprookjes’ door Wouter ter Braake (waarvan drie in co-creatie met Jos Niesten)

https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/131838-het-boek-van-alles-1/?utm_source=Ochtend-+en+avondedities+voor+het+BD&utm_campaign=fa3dd0a082-Avondeditie&utm_medium=email&utm_term=0_096a200e47-fa3dd0a082-113601601

 

Lichtpuntjes op mijn weg

Bevind ik mij op de weg VAN verlichting, of op de weg NAAR verlichting? Is verlichting doel of een weg?

Sinds ik mediteer voel ik me lichter, want (voor zover je op jezelf kunt reflecteren) ik voel me milder en innerlijk rustiger. Had ik dat ook kunnen zeggen zonder meditatie beoefening? Met het klimmen der jaren schijnt de mildheid immers vanzelf te komen.

Wie is hier aan het woord? Wie is ik, wie spreekt over ‘me’? Het overdenkende, reflecterende deel van mijn wezen? Dit deel kent maar al te goed het ego, dat ook in dit zelfde  wezen huist. Een ego dat in weerwil van mildheid en innerlijke rust soms flink uit de hoek kan komen. Als de reflector dan weer de regie neemt, spreekt deze de wens uit (het gebed?) om alle op angst denken, boosheid, te kort gedaan voelen en op zelfverwijt gebaseerde zaken los te laten.

Volgens het ‘ideaalbeeld’ duidt dit er op dat ik nog ver van verlichting verwijderd ben. Toch? Of? Of kan het niet anders dan dat in deze wereld per definitie licht en schaduw in een wezen aanwezig blijven; en dat de wijze innerlijke waarnemer het zal moeten blijven stellen met en leren omgaan met ego (dat overigens ook wel handig is, zo niet noodzakelijk, voor zelfhandhaving).

Kan een menselijk wezen wel volledig verlicht raken en een boeddha worden? De historische boeddha schijnt dat in deze wereld gerealiseerd te hebben.
Wel, hoe dan ook, ik denk te weten dat ik mij bevind op de weg VAN verlichting. Dat vertelt mij iets in dit vat vol tegenstrijdigheden dat ik ‘ik’ noem. Een ‘weten’ dat versterkt is door lichtpuntjes onderweg. In mijn situatie geen blauwe koepel waarin absolute stilte en vrede heerst (wat zou ik daar trouwens vreugde aan ontlenen). Maar ik beschrijf één voorbeeld uit de eigen reis, voor mij zeer betekenisvol.

Op mijn (enige) reis ooit in Tibet (2006) deden we het Tsurpu klooster aan, op 70 km van Lhasa. Het klooster bevindt zich op een hoogte van 4267 meter. Het bijzondere is dat er op deze hoogte een bos is met vrij hoge bomen, met in het midden een groot grasveld. Volgens onze Nepalese gids een meditatie- en picknickplek voor dalai lama’s, een rustplek om in zomers de hitte en drukte van Lhasa voor even achter zich te kunnen laten.

Ik zonderde mij af van de reisgroep en besloot op de ‘dalai lama meditatie- en picknickplek’ te gaan mediteren. Tegen een stemmetje in dat zei: ‘is dat geen heiligschennis, Wouter’? Enfin.

Op enig moment, ik weet niet hoe lang ik in stilte zat, voelde ik dichtbij de aanwezigheid van een ander schepsel. Toen ik mijn ogen opende keek ik recht in de snuit van een stevige, zwarte hond. Volledig overmand door angst siste ik ‘weg, weg’ of zoiets. Waarop de hond ‘waardig’ de bosschages ‘inschreed’ en een stem (die duidelijk van buiten mijzelf kwam) zei: ‘wees toch niet zo bang, Wouter’. Als het de hond was, kende hij in ieder geval mijn naam ☺.

De volgende dag gingen we verder, op weg naar het hoogste punt van de reis, een pas op 5200 meter hoogte. Na een eerste half uur lopen, was er een korte adempauze bij een droog gevallen rivierbedding. Ik stond wat apart. Aan de overkant stond er de hond van de dag ervoor! We stonden beide stil en op afstand keken we elkaar in de ogen, ogenparen die over de droge bedding heen elkaar halverwege leken te ontmoeten, gedragen door (zo leek het wel) een langgolvige energiestroom. In innerlijke rust bood ik de hond mijn excuses aan voor mijn gedrag van de dag ervoor, waarop deze weer ‘waardig weg schreed’.

De vraag die me nog altijd bezig houdt: ‘ontmoette ik een boeddha-wezen, dat ik door mijn angst enkel als een bedreigende hond kon waarnemen?’ Mijn vriend de Nepalese gids, die ik veel later hierover vertelde, zei geen woord. Hij keek mij liefdevol aan en er welden tranen in zijn ogen.

Deze gebeurtenis en ook andere lichtpuntjes leerden mij dat er een weg VAN en NAAR verlichting is. Waar ik nu sta? Ergens. Met onder meer de vraag hoeveel levens/manifestaties het bewustzijn van het wezen, dat Wouter heet, nodig zal hebben om...ja, om wat te bereiken?

Och ik reis en de ervaringen zijn het goud, de rijkdom. Een rijkdom die mij helpt in liefde te kunnen geven.

Signalen en helpers op mijn weg

Bevind ik mij op de weg VAN verlichting, of op de weg NAAR verlichting? Is verlichting doel of een weg? Deze vraag verkende ik aan de hand van een ontmoeting met een bijzonder wezen (boeddha – hond) tijdens een reis door Tibet . Nu stel ik me vragen als ‘hoe ben ik op de weg VAN verlichting geraakt’? ‘Wat waren reisgidsen, wie fungeerden als richtingaanwijzers die me op cruciale momenten op een richting wezen, welke signalen vertelden me dat het goed was om een bepaalde afslag te nemen’?

Het begon in de jaren tachtig van de vorige eeuw met het lezen van diverse reisgidsen, zoals de periodiek ‘Bres’ en boeken als ‘Helen of delen’, ‘De grote sprong’ en ‘Innerlijke leiding’ van onder meer Hans Korteweg en J. Voigt c.s. en het af en toe volgen van een lezing. Maar een reisgids die mijn ogen en hart opende voor het meditatieve pad was het boek van Jos Stollman ‘Zenmeester Jezus’. Een zeer inspirerende interpretatie van het ‘Thomas-evangelie’ waarin de figuur Jezus niet als goddelijke verlosser wordt neergezet, maar als een Zenmeester ‘avant la lettre’ die zelf de mystieke weg is gegaan. Bij elk van de uitspraken (logia) uit het ‘Thomas-evangelie’ geeft Stollman een meditatieve oefening. Ik genoot.

Het was in 1998 dat mijn geliefde zich liet zien als HELPER op mijn weg VAN verlichting. Zij deed mij een weekend meditatie cadeau, ‘want je bent overstresst door je werk’. Uit dat weekend stamt mijn gewoonte om dagelijks de stilte in te gaan. Aanvankelijk zeer ‘verantwoordelijk’: twee keer daags precies 20 minuten en in halve lotus-zit op een ‘echt mediatiekussen’. Tot ik ontdekte dat mijn ijzeren mediatie-discipline contraproductief werkte in het bewerkstelligen van innerlijke rust en vrede. Tot het moment dat iets in me vertelde ‘mediteren is geen kwestie van dwang en discipline, maar van het jezelf gunnen’. Toen kon ik aanvaarden dat een meditatie korter (of langer) mag zijn dan de westerse 20-minuten-norm en dat er geen boeddha overboord is als je eens een meditatie overslaat of op een stoel, tafel of in de sauna je beoefening doet. Voetballen hebben veel jongens ook niet direct op een officieel veld geleerd, maar soms door de bal te trappen tegen een blinde muur, of door met elkaar te spelen en oefenen op een grasveldje bij huis.

Ik stond vanaf dat inzicht meer ontspannen in mijn werk, werd creatiever en werd minder snel ongerust dat er iets niet goed zou gaan. De formulering van mijn missie in mijn werk (een opdracht in het meditatie weekend) was ook zeer behulpzaam. Ik werd ontspannener, maar ook succesvoller in mijn professie, met als nevengevolg een toenemende vraag gepaard gaande aan een toenemende workload (ik zeg niet graag nee) en navenante stress door overbelasting. In de zomer van 2005 was ik de uitputting nabij. Dagelijks mediteren ten spijt.

En daar waren weer twee HELPERS, mijn geliefde en onze oudste zoon: ‘het wordt tijd dat je een sabbatical neemt’. Ik luisterde en maakte me voor de zomervakantie in dat jaar een maand extra langer vrij. Maar waarheen, wat te doen? Verschillende opties passeerden de revue. Naar Santiago de Compostella, delen van het Pieter-pad? Een lange fietstocht?

Tot op zaterdagmiddag 7 januari 2006 mijn geliefde, mijn liefste HELPER, mij een advertentie uit de krant aanreikte met de woorden ‘dit is echt iets voor jou’. Een advertentie voor een reis naar Nepal en Tibet onder de noemer ‘Discover Buddhism’. Dat was het!  Gebeld, het verhaal klonk aanlokkelijk en het klikte met de begeleider aan de telefoon. Dus niet geaarzeld en gelijk ingeschreven. Het zou een reis worden waarin we eerst anderhalve week logeerden in een Tibetaans Boeddhistisch klooster in Kathmandu, lessen gingen volgen van lama’s en daarna door zouden gaan naar Lhasa om met de bagage op de rug van yaks een tocht te maken door een stukje van de Himalaya, langs een aantal kloosters. Onder andere het Tsurpu klooster uit mijn vorige relaas ‘Lichtpuntjes op mijn weg’.

Op de zaterdagmiddag van inschrijving was ik helemaal opgewonden, ik ging naar Tibet! Aan het eind van die dag, in de auto op weg naar een etentje bij een collega, zei ik in mijn opgewondenheid tegen mijn lief ‘en morgen kijk ik eerst naar 7 years in Tibet’ om er schoolmeesterachtig aan toe te voegen ‘weet je wel op basis van dat boek van Heinrich Harrer’. Eén minuut voor zes. Om gelijk er aan toe te voegen; ‘ik wil even naar het nieuws luisteren’.

Het eerste bericht in het radionieuws van zes uur luidde: ‘Vandaag is Heinrich Harrer op 93-jarige leeftijd in Oostenrijk overleden’. Ik kreeg kippenvel en wist gelijk ‘dit is het SIGNAAL dat me vertelt dat ik een goede afslag ga nemen.

De reis ‘Discover Buddhism’, de voorbereidingen via enkele lezingen bij een Tibetaans Boeddhistisch centrum, het lezen van boeken over Boeddhisme en de ervaringen in Nepal en Tibet voelden als thuis komen, spiritueel thuiskomen.

Ontmoetingen op mijn weg

Onderweg zijn er altijd ontmoetingen. Soms vluchtig, soms intens. Soms gepaard gaand met weinig woorden, soms met veel. De voor mij meest indrukwekkende zijn de woordloze ontmoetingen. Zoals die eerste keer dat ik mijn kleindochter in mijn armen nam en ze mij aankeek. In de peilloze diepte van haar observerende ogen leek alles te verdwijnen, leek ik te verdwijnen in een stil, ontspannen en gelukzalig zijn.

Dit doet mij herinneren aan mijn zwerfwandeling op de trappen van het Potola paleis in Lhasa. Lhasa, de aan de reis door de Himalaya  voorafgaande stop. Een stop om te acclimatiseren, bijzondere plekken te bezoeken en om te wennen aan de hoogte. Tip: loop daar in een hotel niet met het in de lage landen ingesleten tempo de trap omhoog. Maar goed. De trappen van het Potola paleis. Er zijn delen waar het gras de treden haast overwoekerd. Stille delen, niet op de route die is uitgezet voor toeristen en pelgrims. Leeg en mysterieus.


Maar het mysterie is overal. Als ik me in mijn eentje weer begeef op de officiële wandelroute door het immense paleis loop ik langs een groepje Tibetaanse vrouwen met twee kinderen. Rustend in een hoekje. Rustend op hun pelgrimstocht? Wie weet hoe ver van Lhasa vertrokken. De vrouwen spreken me licht opgewonden aan. Ik versta niets van het Tibetaans. Maar in hun mantra-achtig klinkende zinnen reiken ze mij een baby aan. In mijn armen strekt het kindje haar kleine handjes naar mij uit en streelt mijn gezicht. In de peilloze diepte van haar observerende ogen, lijkt alles te verdwijnen, lijk ik te verdwijnen in een stil, ontspannen en gelukzalig zijn. En ik besef, er is herkenning. Herkenning tussen mij en dit kleine wezen.

Ik krijg ik van de vrouwen een beker thee. Tibetaans thee met yakmelk. Ik kom terug in het hier en nu van deze werkelijkheid. We blijken als groepje een bezienswaardigheid. Diverse (Chinese) toeristen schieten plaatjes, druk articulerend in hun voor mij onverstaanbare taal. De Tibetaanse vrouwen gebaren dat ik van hen en het kindje foto’s maken mag. Ik voel me alleen in deze voor mij zo vreemde wereld en tegelijkertijd intens verbondenen en op mijn plaats. Een universeel thuis voelen.

Op de verdere reis door de bergen spreek ik, meestal in een soort gebarentaal (of met behulp van de Tibetaans en Engels sprekende Nepalese gids, Kama Dawa Sherpa) meerdere keren met de Yak-man. De leider van het groepje Tibetanen dat de kleine kudde yaks aanstuurt en in bedwang houdt dat onze bagage op de rug draagt. Aan het eind van de reis gebaart de Yak-man mij naar hem toe te komen. Hij neemt een hanger van zijn hals en hangt deze mij om. Een leren bandje met een in een medailleachtige setting opgenomen portret van de Karmapa Lama. Nu na veertien jaar nog altijd om mijn hals.

Kama Dawa Sherpa en ik praten makkelijk met elkaar in zijn steenkolen Engels en mijn steenkolen Engels. Hij blijft een vriend voor het leven. Op zijn uitnodiging reis ik het jaar erop naar Nepal, naar zijn dorp Dubble in het district Okhaldunga in oost Nepal. Ik ben gast bij de inwijding van de kleine dorpstempel die met de inspanning van alle dorpelingen en de ondersteuning van de monniken van het Khilkording klooster, hoog in de bergen boven het dorp, is gerealiseerd.

 

http://file:///Users/Wouter/Desktop/BD%20najaar%202020/Kosmische_muziek.pdf

Vervolgpaginasfonds
Vervolgpaginasfonds